|
|












|

Ruim twee en een halve eeuw geleden werd één
van de belangrijkste kunstverzamelaars die Nederland heeft
gekend, Cornelis Ploos van Amstel geboren. De ongekende
verzameldrift die hij tijdens zijn leven aan den dag legde,
heeft Ploos kunnen bevredigen met de financiële
opbrengsten die hij verwierf als houthandelaar en uit de
handel en makelaardij in schepen en scheepsaandelen. Maar
zijn internationale bekendheid verkreeg Ploos van Amstel
vooral door zijn collectie tekeningen en door zijn
prentuitgaven.

'Cornelis Ploos van Amstel', schilderij (detail) van George
van der Mijn, 1749
Museum Het Mauritshuis, 's-Gravenhage
In het boek Cornelis Ploos van
Amstel - Kunstverzamelaar en prentuitgever uit
1976, samengesteld door Theo Laurentius, prenthandelaar en
deskundige op het gebied der grafische technieken, Dr. J.W.
Niemijer, toenmalig directeur van het Rijksprentenkabinet,
en jhr. G. Ploos van Amstel, de beste kenner van de
geschiedenis van het geslacht Ploos van Amstel, wordt
uitvoerig ingegaan op Ploos' activiteiten als verzamelaar,
tekenaar, ontwerper en uitgever.
Hoe rijk de collectie wel was die Ploos na zijn door
achterliet, moge blijken uit de omvangrijke veilingcatalogus
van zijn nalatenschap van niet minder dan 626 bladzijden.
Vele werken van Jacob de Wit behoorde tot zijn collectie,
evenals ongeveer 50 tekeningen en een paar
olieverfschilderijen van Rembrandt, een tiental tekeningen
van Da Vinci, zo'n 25 werken van Avercamp. Overige
kunstenaars waar CPvA grote collecties (tussen de 20 en 60
werken) van bezat, waren: Goltzius, Van Goyen, Luyken, Van
Mieris, Van Ostade, Rubens, èn van zijn schoonvader,
de acteur en beeldend kunstenaar Cornelis Troost. Verder,
uit het buitenland, bezat hij veel werken van groten als
Dürer en Holbein uit Duitsland, en vele honderden
werken uit Italië en Frankrijk.
In zijn grafische onderneming experimenteerde Ploos met
allerlei technieken en materialen. De door hem gemaakte
facsimile-drukken brachten de fraaiste bladen der
oud-Hollandse tekenaars in beeld, en gaven daarmee tevens
een beeld van dat deel van zijn collectie. De etsen zelf
werden niet uitsluitend door Ploos vervaardigd. In de loop
der tijden had hij verschillende medewerkers, als Schreuder
en Körnlein, die de etsen vervaardigden, echter geheel
en al onder nadrukkelijk toezicht van Ploos zelve. De
daarbij toegepaste technische procédé's -
lange tijd een raadsel gebleven - werden bij de
totstandkoming van eerdergenoemd boek,en bij de
voorbereiding van een tentoonstelling in 1976 in het
Rijksmuseum over Ploos'werk, aan een zorgvuldig onderzoek
onderworpen. De uitkomst bleek zonder meer verrassend, en
toonde aan dat Ploos' gepatenteerde procédé's
hun tijd ver vooruit waren.

'De kunstkamer van Cornelis Ploos van Amstel', tekening
(detail) van George van der Mijn, 1760
Fondation Custodia (coll. F. Lugt), Parijs
Het onderzoek naar de maatschappelijke, sociale en
culturele activiteiten van Cornelis Ploos en zijn gezin en
nabije familie resulteerde in het boek
Cornelis Ploos van Amstel - Portret
van een koopman en uitvinder, geschreven door
jhr. G. Ploos van Amstel.
Zoals hiervoor reeds genoemd, bestond Ploos' voornaamste
bron van inkomsten uit de houthandel. Voorts had hij
belangen in talrijke houtzaagmolens en trad hij als makelaar
op bij vele kunstveilingen. Tal van instellingen en
genootschappen steunde hij door zitting te nemen in besturen
en directies, of door zijn lidmaatschap. Zo was hij
mede-oprichter van en één van de eerste leden
van Felix Meritis. Van zijn hand verscheen menige oratie of
verhandeling op het terrein van de kunsttheorie. Daarnaast
correspondeerde hij met talrijke geleerden en kunstenaars in
binnen- en buitenland, daar hij grote prijs stelde in het
voorleggen van, en discussiëren over, zijn
theoriën over met name de betekenis van de kunst.
Verder droeg hij ook in artistiek opzicht bij aan vele
publicaties: zo was hij, behalve de belangrijkste financier,
de maker van de titelafbeelding van het boek 'Amsterdam in
zyne Opkomst' van J. Wagenaar.
Een groot geestverwant en vriend vond Cornelis in zijn
broer Jacob. Jacob was arts, maar verlegde zijn aandacht
later naar de lettergieterijen die hij in de loop der jaren
had overgenomen. Jacob en Cornelis verschilden sterk van
elkaar, zoals werd opgemerkt in een brief van beider
kunstvriendin Betje Wolff : "...Cees Ploos (=Cornelis) zei
eens: Juffrouw Wolff kan zo hartelijk lachen, mijn broer
Jacob lacht veel, ik lach nooit. Dat wilde zeggen: Juffrouw
W. is een malloot, Jacob is een gek, maar ik ben de
wijsheids Salomons...".
Zijn verzameldrift beperkte zich niet tot de teken- en
etskunst. Ploos verzamelde uiterst fanatiek munten, en ook
zijn collectie sculpturen, voornamelijk werken uit Duitsland
en Italië, was en is zeer de moeite waard.
Ploos overleed in 1798 aan 'verval van krachten', na een
langere periode van ziekte en vermoeidheid, en werd begraven
in graf nr. 241, bij zijn eerste vrouw Elizabeth Troost, in
de Oude Kerk te Amsterdam, vlakbij het door hem ontworpen
herdenkingsmonument voor Joost van den Vondel.
|
|